Het voorzichtigheidsprincipe:

Zolang een beleid t.a.v een specifieke technologie gebaseerd is op relatief weinig zekerheden en dus veel onzekerheden met zich meebrengt, dan is het vanuit het oogpunt van volksgezondheid noodzakelijk dat er voorzichtig met deze technologie omgegaan wordt en dat de bevolking over de onzekerheden en de mogelijke risico’s ten volle wordt geïnformeerd, ook als dat commercieel minder gewenst lijkt. Tevens kan men het als een morele maatschappelijke verplichting beschouwen dat de overheden praktische maatregelen kenbaar maken hoe op een verantwoorde wijze met deze, ‘voorlopig onveilige’ technologie omgegaan kan worden.

 Voorbeelden:

•  Elektromagnetische stralingen in het leefmilieu door de mobiele  telefonie en elektrische toepassingen.

•  Gentechnologie bij voedingsgewassen

•  Massale preventieve inentingen

•  Nanotechnologie

 

Het streven van de stichting NPS berust op de volgende uitgangspunten:

1. Adequate informatie en voorlichting aan de bevolking over vermindering van risico’s bij het gebruik van draadloze en elektrische apparatuur is uit oogpunt van voorzorg en voorzichtigheid noodzakelijk en urgent.

Er ontstaat toenemende consensus over de schadelijkheid van langdurige blootstelling aan niet-ioniserende straling van draadloze en elektrische apparatuur voor de volksgezondheid. Zo is er een groeiende hoeveelheid wetenschappelijk bewijs dat deze velden vele biologische ontregelingen veroorzaken. Volgens        art. 11 van de Grondwet heeft iedere Nederlander “recht op de onaantastbaarheid van zijn lichaam”. Dat geldt ook voor de vele ongevraagde biologische ontregelingen door elektromagnetische velden (EMV). De Nederlandse bevolking dient op basis van volledige, evenwichtige informatie een eigen afweging te kunnen maken bij de aanschaf en het gebruik van draadloze en elektrische apparatuur in de eigen woon- en werkomgeving en over EMV in de publieke ruimte.  

2. Vele waargenomen biologische ontregelingen door EMV vereisen de toepassing van het voorzorgprincipe

Peer-reviewde internationale onderzoeksresultaten van de laatste 30 jaar laten in toenemende mate een consistente wetenschappelijke relatie zien tussen blootstelling aan subtiele elektromagnetische straling en het optreden van een reeks biologische ontregelingen en veranderingen. Bij de huidige reductionistische onderzoeksmethoden, gefragmenteerde inzichten en grote economische belangen is een nauwkeurige inschatting van resulterende gezondheidsrisico’s nog moeilijk te maken. Er is echter meer dan genoeg aanleiding om het voorzorgsprincipe toe te passen, zoals dat reeds in Groot-Brittannië gebeurt voor kinderen. Binnen de vele EMV-gerelateerde ontregelingen die zijn gerapporteerd vallen enkele categorieën op:
a. Ontregelingen van elektrochemische hoofdfuncties van cellen.
Primair gaat het om essentiële elektrofysiologische ontregelingen van celmembranen en daarmee de toe- en afvoer van voedingsstoffen voor cellen, veranderingen in de prikkeloverdracht tussen zenuwcellen en de receptorfuncties van cellen. Daarnaast zijn er een ontregelingen van celdelingprocessen en van de cellulaire energievoorziening. Aangezien cellen de centrale basisbouwsteen vormen van een organisme, kunnen meervoudige cellulaire ontregelingen grote consequenties hebben voor meercellige zenuw-, spier- en immuunfuncties (zie bv. b en c).
b. Ontregelingen die het lichaam in een actieve toestand van alertheid brengen.
Deze ontregelingen zijn vooral gekoppeld aan het zenuwstelsel en het neurohormonale systeem zoals: een toename van stresshormonen en calciumuitstroom uit de cellen, verhoging van de reactiesnelheid, vermindering van de alfagolven in het EEG, verlaging van de melatonine-productie, vermindering van de lagere frequenties van het hartritme,
c. Ontregelingen die de genetische en immunologische basis van het lichaam aantasten.
Voorbeelden zijn DNA-breuken en chromosomenbeschadiging, verzwakking van het immuunsysteem, afname van de vruchtbaarheid, een initiërend en bevorderend effect op kankerontwikkeling en tumoren, verhoging van de NO-concentraties, ontregeling van de bloed-hersenbarrière.

3. De huidige fragmentgerichte onderzoeksmethodologie vraagt dringend om een uitbreiding met systeembiologisch integrerend onderzoek.

Traditioneel medisch-reductionistische  onderzoeksmethoden lijken ontoereikend om het complexe elektrochemische functioneren van biologische systemen te onderzoeken. Ook acht NPS dergelijke fragmentmethoden ongeschikt om de stand van wetenschap op het terrein van EMV en gezondheid te bepalen. Een nadruk op individuele detailonderzoeken, belemmert immers het begrip van het grote functionerende geheel. Hiermee voldoet de methode niet aan een essentiële wetenschappelijke eis: ‘het voorbijgaan aan details’. Door bij deze wetenschappelijk te wensen overlatende methodologie veel, reeds wetenschappelijk peer-reviewed fragmentonderzoek alsnog kwalitatief ‘ondermaats’ te verklaren en uit te sluiten bij evaluaties van de stand van wetenschap, wordt een grote hoeveelheid van de waardevolle body of knowledge aan empirische fragmentonderzoeken zonder afdoende begrip van het grote geheel, uitgesloten van een integrale beschouwing. Een dergelijke fragmentgerichte evaluatiemethode, heeft daarom veel weg van een situatie van ‘de blinde monniken en de olifant’. NPS acht het daarom begrijpelijk dat steeds meer multidisciplinair georiënteerde internationale partijen impliciet of expliciet een andere wetenschapsmaat hanteren dan organisaties als ICNIRP, IEEE en WHO die voor het bepalen van de stand van wetenschap overwegend een methodologie hanteren waarbij elk afzonderlijk gepubliceerd onderzoek nogmaals individueel beoordeeld wordt. Voor een samenhangend begrip van de biologische systemen van een organisme vergt de traditionele onderzoeksmethodologie daarom aanvullend een meer integrerend, mechanistisch georiënteerd, zo mogelijk systeembiologisch onderzoek.

De traditionele biochemisch-farmaceutische focus op de werking van organismen is bovendien ontoereikend om multilevel biologische invloeden van elektromagnetische velden te begrijpen. Het zijn immers geïntegreerde elektrochemische processen op subcellulair, cellulair en meercellig niveau die organismen doen leven. De hedendaagse hoge blootstelling aan elektromagnetische velden en straling, maakt het van groot belang dat de biochemische focus geïntegreerd wordt met een bioelektrisch-energetisch perspectief. Er zijn immers veel wetenschappelijke waarnemingen, waaruit blijkt dat elektromagnetische velden de elektrochemische levenssystemen van mens, dier en plant meervoudig beïnvloeden.


4. Internationale onderzoeken en beleidsbeslissingen moeten terdege worden betrokken bij het ontwikkelen van nationaal en internationaal beleid, zeker wanneer ze gebaseerd zijn op een multidisciplinair integrerende wetenschapsmethode.

Internationaal kenden we al het Britse Stewart Report en het Duitse Ecolog Handbuch. Het BioInitiative Report uit 2007 vat het beschikbare internationale onderzoek naar negatieve gezondheidseffecten van EM straling op een realistische manier samen. Vooraanstaande internationale wetenschappers en andere deskundigen hebben vanuit een relatief integrerend multidisciplinair biologisch perspectief de beschikbare veelheid aan wetenschappelijke, peer-reviewed gegevens uit experimentele onderzoeken bijeengebracht en geëvalueerd. Het is gedaan door de vele onderzoeksresultaten op verschillende deelgebieden bijeen te voegen en daaraan waarschijnlijke gezondheidseffecten te koppelen. Gebruik is gemaakt van een innovatieve, meer abstraherende methode voor bepaling van de stand van wetenschap dan de traditioneel fragmentgerichte methodologie. De aggregatie van waargenomen biologische ontregelingen voor verschillende deelsectoren maakt het rapport meer werkelijkheidsgetrouw. Dit rapport over de stand van wetenschap strekt hierdoor veel verder dan de fragmentgebaseerde wetenschapsevaluaties die de organisaties zoals ICNIRP, WHO en SCENHIR tot op heden maakten.

Met behulp van een andere methodologie en wetenschapsbenadering blijken overheden in andere landen uit hetzelfde onderzoeksmateriaal hierdoor andere conclusies te kunnen trekken (Het Europese Parlement, België, Oostenrijk, Zweden, etc). NPS is van mening dat evaluaties van de stand van wetenschap in toenemende mate op een multidisciplinaire systeembiologische leest geschoeid moeten worden, nu er een steeds grotere overvloed aan biologische gegevens beschikbaar is. Theoretisch natuurkundige aannames van weleer op basis van rekenmodellen, zoals “alleen overmatige weefselverhitting kan schadelijk zijn”, moeten nu vervangen worden door meer geïntegreerde en gedifferentieerde (systeem)biologische inzichten, gebaseerd op feitelijke empirische waarnemingen. Dienovereenkomstig verdient het aanbeveling om in de samenstelling van commissies het aandeel multidisciplinaire (systeem) biologen geleidelijk te verhogen ten opzichte van dat van natuurkundigen.

5. In toenemende mate blijkt de veiligheid en gezondheid van burgers bij langdurige blootstelling aan elektromagnetische velden (EMV) niet gewaarborgd. Daarom moeten structurele maatregelen getroffen worden  (zoals omkering van de bewijslast) om overmatige blootstelling aan EMV van zenders en elektrische apparatuur in de woon- en leefomgeving te kunnen bestrijden.

De hoeveelheid wetenschappelijke studies die wijzen op biologische ontregelingen door EMV is inmiddels dermate ontzagwekkend dat de tijd is aangebroken voor een omkering van bewijslast. Het lang gehanteerde industrievriendelijke, wetenschapsabsolutistische  uitgangspunt “er zijn geen gezondheidseffecten tenzij dit met 100% zekerheid kon worden aangetoond”, dient daarom vervangen te worden door een gezondheidsvriendelijk uitgangspunt “gezondheidseffecten op lange termijn zijn waarschijnlijk, tenzij het tegendeel kan worden bewezen”. Bewijslast hoort te liggen bij de partijen die installaties willen oprichten en apparaten ontwikkelen. Een goed uitgangspunt daarbij is de slotresolutie van de “International Conference on Cell Tower Siting” in Salzburg, 7-8 juni 2000:  “Er is geen wetenschappelijk bewijs voor een veilige ondergrens van elektromagnetische straling”. De stelling wordt ondersteund door wetenschappelijke studies en andere onafhankelijke conferentie-resoluties, zoals de Benevento Resolutie uit 2006, die bovendien stelt dat er “veel meer aanwijzingen bij zijn gekomen, dat blootstelling aan elektromagnetische velden (EMV) negatieve gezondheidseffecten kan veroorzaken”.

 


[1] Overwegend individueel experimenteel of epidemiologisch onderzoek naar afzonderlijke biologische of gezondheidseffecten

[2] Bio-Initiative Report: August 31, 2007 - A Rationale for a Biologically-based Public Exposure Standard for Electromagnetic Fields (ELF and RF). Een internationale werkgroep van wetenschappers, onderzoekers en professionals op het gebied van de publieke gezondheid (de Bio-Initiative Werkgroep) heeft dit rapport over elektromagnetische velden en gezondheid uitgebracht. Vanuit een biologisch perspectief documenteert de groep daarmee een ernstige bezorgdheid over de huidige blootstellingslimieten en emissienormen, waarmee de toegestane hoeveelheid straling van hoogspanningsleidingen, mobiele telefonie en vele ander bronnen van elektromagnetische straling in het dagelijkse leven worden geregeld.


Van groot belang is de brede samenhang tussen deze verschijnselen (de dagelijkse cocktail van EM velden en gifstoffen) en vage ziektebeelden. Daar ligt nog een onderzoeksterrein braak.